“Europa zet in op precisielandbouw en digitalisering”

Europarlementariër Jan Huitema – GS1 magazine – Najaar 2021

Wat veel mensen misschien niet beseffen, is dat boeren en tuinders naast melk, vlees en groenten, nog iets waardevols produceren: data! “In de tuinbouw gaat dat al zó ontzettend ver”, zegt Huitema. “Op de milligram of milliliter nauwkeurig wordt berekend wat gewassen nodig hebben aan voeding, spoorelementen, lichtintensiteit, CO2 en bestuiving. Het gaat allemaal computergestuurd. We hebben het dan over precisielandbouw. En daardoor kunnen we met veel minder effort produceren. Een mooi voorbeeld is dat we nu voor de kweek van een kilo tomaten 6 liter water gebruiken, waar in andere delen van Europa nog 60 liter nodig is.” Huitema: “Nederland is het Silicon Valley van de Europese land- en tuinbouw.” 

Met minimale input maximale output

Naast tuinbouw benutten ook de akkerbouw en de melkveehouderij nieuwe technieken. “In de akkerbouw is men ook met precisielandbouw bezig en stapt men af van over de gehele oppervlakte van het veld of perceel (volvelds) hetzelfde doen in bemesting, kalk, spoorelementen en gewasbeschermingsmiddelen. Het gaat naar steeds meer sectorspecifieke of zelfs plantgerichte landbouw. Je kunt een gewas per vierkante centimeter nauwkeurig geven wat het nodig heeft.”

“In de melkveehouderij zie je hetzelfde. In plaats van een koppelbenadering, waarbij je een hele kudde koeien hetzelfde voer geeft, wordt het steeds meer individueel afgestemd en gemolken met een melkrobot. Daarin wordt allerlei data verzameld, zoals de melkgift, de temperatuur en het gewicht per koe, maar ook welke gehaltes aan voedingsstoffen er in de melk zitten. En op basis daarvan wordt berekend hoe je die koe moet managen. Dat is wat Nederland zo goed doet; van generiek managen naar micromanagement. Daardoor krijg je met minimale input maximale output.”

Meer inzicht door inzet technologie

We hebben in Nederland de meest innovatieve agrarische sector ter wereld en moeten dat ook blijven. Gebruikmaken van technologische innovaties, samenwerking in de keten, de positie van de boer versterken; het zijn van die randvoorwaardelijke aspecten voor boeren om een duurzamere koers in te zetten. Boeren en tuinders zijn ambitieus en willen best duurzamer worden, maar kunnen dit niet alleen. Door één systeem te gebruiken, hebben alle betrokkenen inzicht in de keten. Kijk naar het Global Location Number (GLN), waardoor je gedetailleerde geo-locaties, zoals van een landbouwperceel of zelfs een individuele boom, kunt vastleggen op een internationaal aanvaardbare gestandaardiseerde manier, en waar je dan producten zoals gewasbeschermingsmiddelen aan kan registreren, die op een bepaald moment toegepast worden op dat specifieke perceel. Wat data betreft is de hele keten afhankelijk van de boer. Dat is waar het begint. “Ja, die discussie gaat nu komen”, zegt Huitema. “De data zijn eigendom van de boer, maar er moet ook een verdere uitwisseling zijn.”

Het inzicht in de optimale input van een akker ontstaat door mapping van grondpercelen met behulp van satellietbeelden en drones. “Daarnaast worden bodemmonsters genomen om precies te weten hoe de bodem is samengesteld en welke hoeveelheden kalk, bemesting en water op een bepaalde plek nodig zijn voor optimale oogst. En het gaat nog verder, want met speciale technologie kun je foto’s nemen van het blad van een plant en zien of die een infectie of schimmel heeft. Door die al in een heel vroeg stadium te behandelen, voorkom je dat de andere planten ook worden geïnfecteerd. Door inzet van technologie heb je dus ook minder gewasbeschermingsmiddelen nodig.” Dergelijke ontwikkelingen zie je ook in de melkveehouderij. “Koeien hebben stappentellers en sensoren waarmee boeren de activiteit, melkgift en temperatuur per dier kunnen meten. Met die metingen voorkom je dat een koe antibiotica moet krijgen of tijdelijk geen melk geeft. Zo dalen de kosten.”

Data uitwisselen in de hub

Je zou de uitwisseling van data ook mogelijk willen maken tussen de verschillende installaties. Als je een kunstmestverstrooier hebt van merk A, dan moet die kunnen communiceren met de trekker van merk B. En dat geldt ook voor het merk van de melkrobot en de andere systemen binnen het bedrijf. Het is heel belangrijk dat in de sector hubs ontstaan waarin wordt samengewerkt tussen de leveranciers van de melkrobot en het veevoeder, de coöperaties en de boeren.

De politiek moet daar ook aan bijdragen, vindt Huitema. “Het gaat dan vooral om het stimuleren van het gebruik van standaarden om data uitwisselbaar te maken tussen verschillende partijen en systemen. Om tot goede onderlinge afspraken te komen moet zo’n hub afgeschermd zijn: alleen voor de betrokkenen.” We zien dat ook in andere sectoren gebeuren, zoals de telefonie, waar we willen dat ze allemaal dezelfde oplader krijgen. De politiek kan helpen die standaardisatie te krijgen”.

Technologie ook voor verduurzaming

Het technologische mes snijdt aan meerdere kanten. Het is volgens Huitema ook een belangrijk middel voor duurzaamheidsuitdagingen. “Precisielandbouw en digitalisering zijn belangrijke instrumenten waar Europa op inzet om de agrarische sector verder te verduurzamen. Want minimale input betekent minder grondstoffen, terwijl je de gezondheid van de bodem en de dieren veel beter in kaart hebt. Daar is nog heel veel te winnen. Het interessante van big data is dat je meer te weten komt, maar dat het ook helpt de menselijke fout eruit te halen. Er wordt meer zichtbaar en tastbaar. Een van de redenen waarom Nederland zo innovatief is in de landbouw, is dat boeren hier dicht bij elkaar wonen. Uitwisseling van kennis zorgt voor verbetering. En als Nederland er succes mee heeft, gaat het heel snel naar andere landen. Eén misverstand is dat het inzetten van kunstmatige intelligentie alleen voor de grote boeren zou werken. Maar juist omdat de kleinschaliger boeren geen of weinig werknemers hebben, maken ze vaak gebruik van technologie.”

Kansen en bedreigingen

Ziet het boerenbedrijf er over tien jaar dus heel anders uit? “Dat hangt van verschillende dingen af. In Nederland is de stikstofcrisis een van de grootste bedreigingen voor de landbouwsector. Over tien jaar zal er nog veel meer worden gemeten, met nieuwe indicatoren en sensoren. Per klein stukje perceel of per individueel dier wordt steeds duidelijker wat ze aan input nodig hebben. Een andere grote ontwikkeling zit in automatisering en robotisering. Wat ik erg interessant vind, is dat de machines kleiner worden. Ze zijn nu zo groot omdat er iemand op zit; arbeidskracht is duur, dus moet je er een grote machine bij hebben om eraan te verdienen. Kleine machines hebben als voordeel dat het beter is voor de bodemdichtheid. Een zwerm kleine robotten kun je bovendien dag en nacht laten doorwerken.”

Regelgeving nodig voor ketenafspraken

Welke rol spelen de afnemers van boeren, zoals de zuivelcoöperaties en fabrikanten, in al deze ontwikkelingen? “Die bedrijven proberen ook een markt te creëren voor duurzame producten en willen de consument laten zien waarom hun producten duurzamer zijn. Big data kan ook daar meer transparantie creëren over hoe een product is geproduceerd.”

Internationale regelgeving, zoals de IFS, de standaard voor het beoordelen van de product- en procesconformiteit voor voedselveiligheid en -kwaliteit, speelt hier ook een rol in. “In het Europarlement hebben we het ook over blockchain in de voedingssector, waarmee je fraude in de keten voorkomt en voedselveiligheid verhoogt. En ook daarin heb je standaardisatie nodig. Het is wat mededinging betreft soms lastig om in de keten bepaalde afspraken te maken, omdat het al snel als kartelvorming wordt gezien. Natuurlijk is het goed dat we daar streng in zijn, maar het ligt anders als het een groter doel heeft voor de consument, zoals duurzaamheid. Daar moet je als ketenpartij bepaalde afspraken over kunnen maken. Waar ik best trots op ben, is een amendement in het landbouwbeleid dat ik mede heb ingebracht, waarmee die ruimte nu geboden gaat worden. Er komt dus een verruiming in de mededingingsregels om in de keten makkelijker afspraken te kunnen maken rond maatschappelijke doelen. En dat geldt verticaal en horizontaal.”

Naar een groen businessmodel

Vanuit zijn dubbele rol als boer en Europarlementariër heeft Huitema nog een aantal doelen. “Ik zou vanuit de politiek de standaardisatie verder willen bevorderen, dus kijken waar we de sector daarin kunnen helpen. Daarnaast wil ik me graag richten op de vraag hoe we een groen businessmodel kunnen creëren dat interessant is voor de boer en een investeringscapaciteit om in precisielandbouw te gaan investeren. Het brengt kosten met zich mee en die moeten wel terugbetaald kunnen worden. Maar het leidt tot minder verspilling en dus een efficiëntere landbouw.”

Jan Huitema zit sinds 2014 in het Europees Parlement, waar hij actief is in de Landbouw- en de Milieucommissie. Daarnaast heeft hij in Friesland samen met zijn vader een melkveehouderij met 130 koeien. Als geen ander kent hij daarom het belang van data voor de agrarische keten. Volgens Huitema is Nederland het Silicon Valley van de Europese land- en tuinbouw.

Berichtdatum:

10 november 2021

Deel dit bericht op:

FreshUpstream-logo

Over Fresh Upstream

De stichting Fresh Upstream werkt aan één digi-taal in de internationale agroketen. Doel is een transparante keten voor handelspartners, overheid en consument: van kas tot kassa, van boerderij tot bord. Begrijpelijke en toegankelijke informatiestandaarden via GS1 staan daarbij centraal. Fresh Upstream is in 2018 opgericht door FNLI, GroentenFruit Huis, Frug I Com, CBL, Nevedi, LTO Nederland en GS1 Nederland.