De visie van ..

Bert Urlings (Vion): “Standaardisering is geen sexy onderwerp, maar wel een morele plicht naar onze consumenten”
Content Manager
/ Categorieën: De visie van

Bert Urlings (Vion): “Standaardisering is geen sexy onderwerp, maar wel een morele plicht naar onze consumenten”

“In vergelijking met twintig jaar geleden willen consumenten meer inzicht in de herkomst van hun eten. Ze eisen die transparantie zelfs. Bovendien moet deze informatie à la minute beschikbaar zijn. Reden voor mij om lid te worden van het kernbestuur van Fresh Upstream, een initiatief dat draait om het stimuleren en ondersteunen van data-uitwisseling binnen de internationale versketen.” Aldus Bert Urlings, Corporate Director Quality Assurance van de Vion Food Group.

Voor de transparantie die wordt afgedwongen zijn goede data nodig. En die vragen weer om standaardisering, ofwel een gemeenschappelijke taal binnen een keten, van veehouder tot retailer. Concreet moeten internationale standaarden die aan het eind van de keten al gemeengoed zijn, in de hele supply chain gebruikt gaan worden. Fresh Upstream is opgericht om deze ontwikkeling te stimuleren en ondersteunen. 

Volgens Urlings is standaardisering geen sexy onderwerp. “Maar het is wél onze morele plicht naar consumenten. Ik vind het volkomen terecht dat zij ons dwingen tot transparantie. Transparantie en daarmee traceerbaarheid, zijn essentieel voor de voedselveiligheid van onze producten. Bij calamiteiten kan zo bijvoorbeeld worden achterhaald welk traject een product heeft afgelegd. In de toekomst verwacht ik bovendien dat consumenten steeds meer willen weten over de impact van onze producten op het milieu, in de vorm van hun CO2 footprint bijvoorbeeld. Onafhankelijk van de mate waarin de consument er daadwerkelijk gebruik van maakt, moet deze informatie er straks gewoon zijn.”

Monitoring

De Vion-man legt uit dat er hiervoor nog veel moet gebeuren. “Een voorbeeld. Op dit moment gebruiken onze veehouders ontsmettingsmiddelen met een barcode of QR-code die alleen te lezen zijn door de fabrikanten van deze producten, en niet door de veehouder. Bedrijven hanteren namelijk verschillende definities, codes en informatiestandaarden. Hierdoor kunnen wij het gebruik van deze middelen in de keten niet monitoren zoals we dat zouden willen. Andere zogenaamde kritische producten waarvan we het gebruik beter willen volgen, zijn diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsproducten. Alleen zo kunnen we garanderen dat onze producten bijvoorbeeld vrij zijn residuen van gewasbeschermingsmiddelen. Maar denk ook aan de Afrikaanse varkenspest, die houden we alleen op deze manier buiten de deur. ”

Veel voorwaarden voor data-uitwisseling tussen fabrikant en retailer zijn al op orde. De uitdaging is dat de bestaande standaarden ook meer upstream in de keten gebruikt gaan worden, vanaf de boer dus. Vandaar de naam van het initiatief Fresh Upstream. “Hiervoor moeten afspraken worden gemaakt over definities, codes en standaarden. Als andere sectoren het kunnen, denk bijvoorbeeld aan een balpen, dan moeten wij het toch ook kunnen?!?”

Goed voorbeeld

Volgens Urlings zijn groente en fruit een goed voorbeeld. “Bij groente en fruit hebben alle producten een GTIN-code. Dat is een kwestie van aanvragen bij GS1, een onafhankelijke not-for-profit organisatie die internationale, uniforme standaarden ontwikkelt voor het delen van gegevens. Bedrijven kunnen dan zelf de barcodes maken die ze nodig hebben. Meer werk is ’t eigenlijk niet.”

Volgens Urlings is het niet voor niets dat naast GS1 Nederland, FNLI, het GroentenFruit Huis, Frug I Com, LTO Nederland, het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) en Nevedi samen Fresh Upstream hebben opgericht. “Al deze partijen hebben belang bij dit initiatief. Toch verwacht ik dat, naast overredingskracht, Fresh Upstream ook zal moeten beschikken over een lange adem. We gaan ervoor zorgen dat ze zullen slagen in hun missie.”

Print
237