De visie van ..

Jerry Tracey, sectormanager retail bij GS1: “Het werken met standaarden moet zich gaan uitbreiden als een olievlek”
FUP Office
/ Categorieën: De visie van

Jerry Tracey, sectormanager retail bij GS1: “Het werken met standaarden moet zich gaan uitbreiden als een olievlek”

“Om succesvol zaken te kunnen doen, moet je met bedrijven samenwerken. Die begrijpen elkaar alleen als ze dezelfde taal spreken. GS1 ondersteunt dit doordat de non-profitorganisatie unieke identificatiecodes uitgeeft in de wereld van food. Volgens Jerry Tracey, sectormanager retail, is er meer bewustwording nodig bij partijen die nog niet of weinig met standaarden werken.

Volgens Tracey zijn lokale oplossingen niet meer voldoende. “Maar hoe krijg je die transitie aan de gang? Wij hebben nauwelijks contacten met bedrijven die nog niet met standaarden werken. Daarom zijn wij één van de partijen die Fresh Upstream hebben opgericht.”

Streepjescode

De meest voorkomende code van GS1 telt 13 cijfers en wordt GTIN (Global Trade Item Number) genoemd. De 45 jaar geleden geïntroduceerde, en inmiddels zeer ingeburgerde, ‘streepjescode’ is de vertaling van deze GTIN naar een serie verticale lijnen met verschillende diktes die door een computer gescand kan worden. De streepjescode staat inmiddels op allerlei productverpakkingen, variërend van levensmiddelen tot make-upartikelen. “Overigens is en blijft het GTIN-nummer de sleutel tot informatie, of deze nu verwerkt in een barcode, een (RFID-)chip of niet.”

Volgens Tracey wordt het koppelen van informatie aan die unieke code steeds belangrijker. “Door bijvoorbeeld nieuwe Europese wetgeving is de vraag naar informatie over producten flink toegenomen. Daarom is het tijd voor de volgende stap.” Hiermee doelt Tracey op meer informatie-uitwisseling tussen meer schakels. “Niet alleen tussen producent en retailer, maar bijvoorbeeld ook tussen leverancier en producent. Ook leveranciers van verse producten moeten meer informatie gaan delen. Daarvoor heb je standaarden nodig.”

Uniformiteit

Een flinke uitdaging want veel informatie is nog niet gedigitaliseerd. “Denk aan al die informatie in pdf’s, en aan producenten die van hun leveranciers informatie krijgen op basis van telkens nét andere termen, indelingen en codes. Dat maakt het voor hen lastig om die informatie te verwerken. Eenduidige classificaties, definities en indelingen zijn essentieel om de benodigde informatie niet verloren te laten gaan.”

Technisch is het niet ingewikkeld, menselijk wel. “Het gaat erom dat we mensen weten te overtuigen van de noodzaak van standaardisatie, bijvoorbeeld vanuit het perspectief van voedselveiligheid en consumentenvertrouwen. Om bij ‘t laatste te beginnen; consumenten moeten kunnen nagaan wat er in een product zit en waar het vandaan komt. Dat is ook van belang in het geval van calamiteiten én om inzicht te krijgen in verbeterpunten met het oog op voedselveiligheid en duurzaamheid.”

Pilots

Naast identificatiecodes biedt en ontwikkelt GS1 standaarden voor het vastleggen van gegevens over een bedrijf of locatie; de zogenaamde GLN (Global Location Number)-codes. “Bij Fresh Upstream ligt de focus eerst op het meer ingeburgerd raken van deze GLN-codes. Van daaruit kunnen we, stapje voor stapje, meer informatie gaan delen én verder in de keten. Bijvoorbeeld in de vorm van pilots waarmee we bedrijven laten zien hoe ’t werkt, dát ’t werkt en dat ’t loont om te investeren in standaarden. Het werken met standaarden moet zich zo gaan uitbreiden als een olievlek.”

In Nederland maken bijna 20.000 bedrijven gebruik van de  standaarden van GS1. Wereldwijd, GS1 is in meer dan honderd landen actief, heeft de organisatie 1,5 miljoen deelnemers. “Maar dat zullen er veel meer moeten worden om het hoofd te bieden aan de voedseluitdagingen van morgen.”

Vorige item Murk Boerstra (FNLI): “We staan voor een complex avontuur, en ‘t zal met kleine stapjes gaan”
Print
425